Alfred Lorenzen

Alfred Nis Wilhelm Lorenzen werd geboren in de Duitse havenstad Altona op 18 maart 1900, als zoon van Wilhelmine en Anton Lorenzen. Van 1907 tot 1918 zat Alfred op de Hogere Burgerschool in Ottensen, Hamburg. Na zijn middelbare school ging hij Oost-Aziatische talen studeren aan de Universiteit Hamburg. Hier bekwaamde hij zich in Sinologie en Japanologie. Hij rondde zijn studie af in 1927 met een dissertatie over de gedichten van Hitomaro’s uit de ‘Manyoshu’. In mei van datzelfde jaar woonde de jonge dr. Lorenzen een congres bij van het vooraanstaande wetenschappelijke ‘Oostersche Genootschap’ in Leiden. Hij vond dan ook snel werk als sinoloog in Nederlandse kringen.

In 1929 werd Alfred aangesteld als ‘Ambtenaar Chineesche Boekhouding 1e klasse’ bij de Belasting-accountantsdienst in Medan, Noord-Sumatra. Per s.s. Slamat arriveerde hij 9 februari in Batavia. Zijn vijfjarige, tijdelijke, dienstverband ging in op 22 januari 1929. Alfred was niet de enige Duitser in deze functie. De Nederlands-Indische overheid wilde beter toezicht op Chinese kooplieden, die hun boekhouding in het Chinees bijhielden. Het aantal Nederlandse sinologen was echter beperkt. In Duitsland lag dit anders. Na de Eerste Wereldoorlog had Duitsland ook het grootste deel van zijn bezittingen in China verloren. Hierdoor ontstond er in Duitsland een overschot aan sinologen. Veel sinologen konden in Nederlands-Indië aan de slag en verrichten daar ‘zeer verdienstelijk werk’. Eind 1930 kreeg Lorenzen twee maanden verlof wegens ziekte, die hij doorbracht in Brastagi, nabij Medan in Noord-Sumatra.

Lorenzen werd in 1933 eervol ontslagen. Dit was echter voor het einde van zijn dienstverband en uit onvrede daagde hij zijn werkgever, de koloniale overheid, voor de rechter. Zelf gaf de overheid als reden voor zijn ontslag bezuinigingen. Een andere factor die meespeelde was dat de studie Sinologie in Leiden inmiddels gegroeid was en de baan van Lorenzen aantrekkelijker was gemaakt voor Nederlandse sinologen. De rechtszaken sleepten zich enkele jaren voort, maar vielen na een hoger beroep van Lorenzen alsnog in zijn nadeel uit. De conclusie was dat korte dienstverbanden tussentijds mochten worden opgezegd en dat de koloniale overheid Lorenzen al recht had gedaan in 1933 door 5 maanden extra salaris uit te betalen en een vrije overtocht naar Nederland aan te bieden. Na zijn ontslag bleef Lorenzen echter in Nederlands-Indië, waar hij in het Grand Hotel in Medan verbleef. Lorenzen ontmoette in 1937 zijn partner Catharina Statius-Muller. Met haar kreeg hij een dochtertje: Louise Charlotte. Vanwege de oorlogsdreiging en de Duitse nationaliteit van Lorenzen zijn zij niet getrouwd.      

Op 10 mei 1940 werd Alfred Lorenzen opgepakt in Kabandjahe. Zijn dochter en partner zag hij toen voor de laatste keer. Aanvankelijk werd hij in Pemetang Siantar, een oud schietkamp, samen met 367 Duitse mannen opgesloten. Daarna zat hij geïnterneerd in Lawé Sigala-Gala. Uit een afschrift van de inlichtingendienst blijkt dat Lorenzen kort voor 19 november 1941 ‘wegens gezondheidsredenen’ werd verplaatst naar een ziekenhuis te Buitenzorg. Hij werd hier begin 1942 als ‘genezen’ ontslagen en op de laatste boot richting Brits-Indië gezet, de Van Imhoff. Sinoloog en kapiteinszoon Alfred Lorenzen kwam, op veertigjarige leeftijd, om bij de scheepsramp met de Van Imhoff op 19 januari 1942. 

door Noa van der Valk

 

  • Geboren: 18 maart 1900
  • Geboorteplaats: Altona, Hamburg, Duitsland
  • Partner van Catharina Statius-Muller vanaf 1937
  • Eén dochter: Louise Charlotte  
  • Werk: Ambtenaar Chinese boekhouding in Medan